https://blisdigital.com/nieuws/blis-bormio-challenge-2017 https://blisdigital.com/en/news/blis-bormio-challenge-2017
Nieuws09-08-2017Dirk-Jan Los

BLIS Bormio Challenge 2017

Nieuws

Dag 1: Bormio – Stelviopas – Umbrailpas - Bormio

Niiiiiiiiiiiiiiiih – niiiiiiiiiiiiiiih. Ik word verstoord uit m’n ritme als ik word ingehaald door 2 fietsers op hun elektrische mountainbikes. Niiiiiiiiiiiiiih, zoeft het verder als ze me passeren. Ik kijk op mijn Garmin fietscomputer en zie dat ik met een snelheid van 10 km/u fiets. Dezelfde Garmin geeft een hellingspercentage van 8,3% aan. Ik ben een half uurtje onderweg vanuit Bormio naar de legendarische Stelviopas op 2.765 meter hoogte. Ik ben begonnen aan de BLiS Bormio Challenge 2017! Met 3 tot 6 intensieve fietsdagen één van de sportieve hoogtepunten van het jaar voor BLiS-medewerkers en bevriende fietsliefhebbers. Na vorig jaar de Mont Ventoux van 3 kanten te hebben bedwongen staat dit jaar de Stelviopas op het programma, gevolgd door beklimmingen van onder andere de Umbrail-, Mortirolo- en Gaviapas.

De weg is hier nog bosrijk, de kloof tussen de berg waar ik op fiets en de berg aan de overkant begint zich langzaamaan te vormen. Ik kan inmiddels al goed m’n ademhaling horen, maar houd nog een prima cadans vast.

De tocht vervolgt zich en ik kom aan bij een serie tunnels. Een jaar lang heb ik gereden met hartslagmeter. Ik heb vooraf de rit al redelijk uitgestippeld: eerste uur onder m’n omslagpunt blijven fietsen, tweede uur mag ik erboven (boven het omslagpunt treedt de bekende verzuring op en worden er meer afvalstoffen afgevoerd in het bloed dan er aan zuurstof kan worden aangevoerd).

Na het passeren van de tunnels zijn de bomen verdwenen. Voor me zie ik de weg prachtig naar boven kronkelen via diverse haarspeldbochten. Overal om me heen zijn hardlopers. In de ochtend kregen we mee dat de pas vandaag was afgesloten. Na de eerste schrik (we hebben toch niet 1.100 kilometer gereden om de Stelviopas niet op te kunnen?!), bleek het om een sportevenement van Mapei te gaan (ooit nog trotse sponsor van een Protour-wielerploeg). De pas is deze dag afgesloten voor al het auto- en motorverkeer, maar is daarvoor in de plaats ingewisseld voor hordes hardlopers en enkele fietsers. Deze mensen zijn inmiddels ook al bijna 10 kilometer aan het hardlopen tegen de berg op. Her en der ontbreekt dan ook enige scherpte. Er steekt een hardloper over van links naar rechts zonder te kijken en loopt me bijna van de fiets. Ik roep en uiteindelijk loopt het met een sisser af.

Net voor de eerste haarspeldbocht tikt de Garmin de 14% aan. Ik ga staan op de pedalen en het vermogen op de Garmin gaat over de 300 watt heen. Ik hou het even vol en ga weer terug naar 240 watt. Het leuke van een vermogensmeter is dat het je inzicht geeft in wat je kunt. Omdat ik het hele jaar door met deze sensor fiets weet ik wat ik kan als ik een inspanning moet doen van 5 seconden, van 1 minuut, van 20 minuten, maar dus ook van 2 uur, zoals deze klim. Ik ben dan ook weggegaan met de doelstelling voortdurend een vermogen aan te houden van zo rond de 240 watt.

Het stukje met de haarspeldbochten passeert snel. Vervolgens wordt de weg iets minder stijl. Met een flauwe, lange kromming word ik gebracht tot bij het laatste deel van de klim. Ik zie de eerste huisjes/restaurantjes van de Umbrailpas (2.500 meter) liggen en zie heel in de verte het einde van de pas. Het eerste uur is verstreken, de hartslag ligt nu zo rond het omslagpunt van 163. Ik nuttig een gelletje - een uiterst plakkerige substantie bestaande uit heel veel suikers - om mijn energievoorraad weer aan te vullen.

Dan word ik ingehaald door een paar fietsers die waarschijnlijk een wedstrijd fietsen vanuit het dorp. Aangemoedigd door het gelletje voel ik extra krachten in m’n benen aanzwengelen en kan ik een stukje meefietsen. Een kilometer verder met verhoogde hartslag besluit ik dat het verstandiger is het groepje te laten gaan. Ik blijf over met een dame die hetzelfde tempo lijkt aan te kunnen. We passeren de verlaten restaurantjes bij de Umbrailpas en zetten aan voor de laatste 3 kilometer.

Zoals vaker bij dit soort klimmen zit het venijn ‘m in de staart. Het laatste stuk gaat weer over de  11%. De vermoeidheid heeft dan wel vat op de benen gekregen, maar het einde is tegelijkertijd ook in zicht. Met een laatste krachtsinspanning (vermogen boven 300 watt, hartslag boven de 170) worden ook de laatste 300 meter overwonnen. Met 1 uur en 44 minuten een prima tijd voor deze klim van 21 kilometer. Boven staan Marc en Eduard me al op te wachten.

Na een paar minuten happend naar adem te hebben staan uithijgen komen de andere fietsers uit het 10-koppige gezelschap boven. Drie kwartier later is iedereen boven en maken we een foto van de groep. Een colaatje en de nodige foto’s later is het tijd voor de 24 kilometer lange afdaling. Vanaf de top zijn de vele haarspeldbochten angstaanjagend goed te zien.

De afdaling begint technisch: door de 180-graden bochten kun je nooit écht goed vaart maken. Ik zet aan na de bochten, haal net de 40 en moet dan weer hard remmen voor de volgende bocht. Ik doe dit vaak zo laat mogelijk, dan blijven de banden nog relatief koel en daal je het snelst. Gevaarlijk voelt de afdaling niet aan, het is ook goed asfalt, alleen tegenliggers die vaak weinig moeite doen de weg af te speuren naar boven zorgen voor wat extra voorzichtigheid bij me. Tijdens het afdalen moet je vooral niet te diep het ravijn in kijken, niet te veel denken aan “wat als … ?” ( … m’n remkabel knapt, … m’n remblokjes eraf vallen, … de fiets doormidden breekt, etc., etc.) en vooral genieten van het spel tussen wielrenner, zwaartekracht en asfalt.

Na een kilometer of acht heeft Eyal (die toevallig net voor me rijdt) een lekke band. Op een prachtige locatie vervangen we samen de binnenband en rijden we verder richting het minder technische en daarmee snellere stuk van de afdaling. De wegen zijn hier rechter, je hebt een goed zicht op asfalt en verkeer en kunt dan ook goed vaart maken. De maximumsnelheid komt hier uit op 77 kilometer per uur, inclusief een flinke portie bijtrappen.

Onderaan de klim komen we uit in Prato allo Stelvio en nemen we onze lunch: Spaghetti Bolognese, al moet je hier even uitleggen dat het een saus van tomaten en vlees betreft. Na de lunch rijden we verder de Zwitserse Müstairvallei in op weg naar de Umbrailpas. Het begint lichtjes te regenen en we schuilen even bij een energiecentrale. Na de korte stop begint de zon weer te schijnen. Net voor de klim naar de pas begint stoppen we bij een bekend verkeersbord. Twee maanden eerder fietste hier onze landgenoot Tom Dumoulin. Hij at zoveel gelletjes op tijdens de klim naar de Stelviopas dat hij hier hoognodig zijn behoefte deed aan de kant van de weg. Precies hier stoppen we even voor wat passende foto’s.

De tweede klim van de dag (wederom ongeveer 1.500 hoogtemeters te overbruggen) is een heel ander verhaal dan de eerste. De benen beginnen al vermoeid aan de klim, al weet ik nog wel 6 kilometer een aardig tempo vol te houden. Maar dan treedt een enorm verval in: de benen willen niet meer en m’n gelletjes zijn op. Energierepen zijn er nog, maar de maag wil ze niet meer. Daarnaast zijn m’n bidonnetjes ook bijna op. Ik voel me een oude Fiat zonder brandstof. Het is harken, afzien, ploeteren. De snelheid zakt, vermogen lever ik nauwelijks meer en ook de hartslag zakt terug tot onder de 130. Ik zie 5 kilometer onder de top een beekje met stromend water en wil stoppen, maar ik krijg m’n schoenen niet uit de klikpedalen. Dan maar niet. Ik doe een half uur over 3 kilometer en het einde is maar niet in zicht. Maar ergens blijf ik toch doortrappen, dan maar met 35 omwentelingen per minuut, dan maar op vetreserves, dan maar pruttelen. Na ruim 2 uur kom ik bovenaan de Umbrailpas. Net achter me komt ook Wout boven. Ik stop bij het bord ‘Umbrailpas – 2.503 m’ en maak een selfie van bord en wielrenner.

Zoals eerder afgesproken wachten we niet en gaan we snel de afdaling in. Later op de middag (het is al 17.00) wordt regen voorspeld. De klim die we in de ochtend maakten is nu het decor van een niet-al-te-snelle afdaling. De wind staat vol tegen en ook de vele haarspeldbochten bevorderen de snelheid niet. Een half uur later ben ik beneden en is het tijd voor een goede douche en een heerlijke pizza!

Videoverslag van dag 1: https://www.relive.cc/view/1075499418

Dag 2: Bormio – Mortirolo – Gaviapas – Bormio

Na een nacht vol regen en een prima ontbijt met veel havermout, chocopasta en koffie begint onze tweede fietsdag. We halen de fietsen op uit een oud bankgebouw aan de overkant van het hotel en verlaten Bormio om 9.00. We rijden naar het zuiden langs de provinciale weg, de SS38. Het eerste stuk is een lichte afdaling naar de voet van de Mortirolopas. In 20-25 kilometer dalen we een meter of 400. De gemiddelde snelheid ligt dan ook hoog: de eerste 21 kilometer leggen we af in een snelheid van 39 km/u.

De Mortirolopas kan op 3 manieren beklommen worden. Vanuit Mazzo in het westen loopt de weg ruim 10 kilometer lang bijna recht naar boven naar de top. Lance Armstrong noemde dit de meest verschrikkelijke klim die hij ooit had ondernomen. Diverse stukken tikken de 20 procent aan en erger nog: er is lange tijd geen stuk onder de 10 procent. Vanuit het zuiden kan de pas beklommen worden over de rug van het bergmassief waarop de pas ligt. Dit is een langer stuk en daarmee ook minder steil. Ik kies deze dag samen met Wout voor een minder bekend alternatief: de klim vanuit het noordelijk gelegen Tiolo. Deze klim kent de nodige steile stukken, maar ook stukken die minder stijl zijn en naast bos zijn er ook diverse fraaie uitkijkjes over het dal.

De klim begint na de 21 kilometer lange afdaling uit Bormio. Gelukkig heb ik de route op mijn Garmin geplot, anders had ik het smalle weggetje de berg op vanaf de hoofdweg ongetwijfeld over het hoofd gezien. De andere fietsers rijden rechtdoor en doen de klim vanuit het lastige westen. De benen voelen vanaf het eerste steile stukje direct supergoed aan. In het begin van de klim volgen de steile stukjes (10-12 procent) de minder steile stukjes in snel tempo op. Het fietst prettig. Ik zorg ervoor dat m’n vermogen redelijk gelijk blijft en het gaat lekker. Langzaamaan komen er steilere stukken (12-14 procent) en zijn er minder vlakkere stukken. Maar ook dat voelt prima. Op de écht steile stukken (15 procent +) is het lekker om even uit het zadel te komen. Dat kost normaal gesproken veel energie, maar valt nu alles mee. Na een kilometer of 10 kom ik op een kruising en besef ik me dat het laatste stuk van de gelijk valt met de steilere klim uit het westen. Maar ook hier blijft het lekker gaan. Na 14 kilometer bereik ik de top, nog altijd onder uitstekende omstandigheden. Boven moedigen een aantal Amerikanen me aan. Die blijken bezig met een eigen fietschallenge en wachten daar op 16 landgenoten. Ik heb uiteindelijk 1 uur en 15 minuten over de klim gedaan, waarmee mijn gemiddelde snelheid is uitgekomen op ruim 11 kilometer per uur tegen een gemiddeld vermogen van 250 watt.

Na een half uur praten met de Amerikanen bereiken ook de andere BLiS-fietsers achter elkaar de top. We maken weer een foto bij het Mortirolo-bord en dalen redelijk snel af – gedeeltelijk in lichte regen – naar het plaatsje Monno, waar we een restaurantje opzoeken voor de lunch.

Een vol bord pasta verder vervolgt de groep de route. Na het laatste stukje afdaling Mortirolo wordt de rustige provinciale weg richting Ponte di Legno gevolgd. Na enige discussie over de te volgen weg komen we aan de voet van de 4e lange beklimming in 2 dagen: die van de Gaviapas. Ik ben benieuwd of ik vandaag niet stil kom te liggen zoals een dag eerder op de Umbrailpas. Ik heb me beter voorbereid met nog altijd 2 volle bidons en ditmaal nog 3 (!) gelletjes.

Na 5 kilometer word ik gebeld door de tandarts. Ik laat ‘m dit keer maar overgaan. De Zuidkant van de Gaviapas met meer dan 2.600 hoogtemeters blijkt een mooie klim met wederom steile stukken in de route. Net als een dag eerder merk ik na een kilometer of 8 weer wat krachtsverlies in de benen, maar ditmaal kan ik een gelletje nemen. Het blijkt te werken en het vermogen blijft constant. Met 1.800 hoogtemeters op de teller zie je weer langzaam de hoeveelheid bomen om je heen verminderen. Bij 2.000 hoogtemeters kom je in een rotslandschap terecht. Ik kijk maar niet teveel naar links waar zich een diep onheilspellend dal ontvouwd.

In tegenstelling tot eerdere dagen houd ik heel lang 2 medefietsers in het zicht. Soms lijkt het gat wat groter, soms weer wat kleiner. Het motiveert, net als het feit dat m’n vermogen op niveau blijft. Hoe hoger ik kom hoe steiler de stukken vaak. 10 – 12% Is weer meer regel dan uitzondering.

De week voor vertrek heb ik last-minute nog een fietslamp van 800 lumen (ongeveer gelijk aan een gloeilamp van 60 watt) aangeschaft. Eigenlijk heb ik daar tot nu toe nog geen profijt van gehad tot ik me op een kilometer of 3 van de top bevind. Opeens stijgt de weg weer naar 12-13% en gaat het licht uit. Ik bevind me in een lange donkere tunnel zonder enige vorm van verlichting. Gelukkig heb ik de lamp op de fiets gemonteerd. Ik zet ‘m aan en kan de weg bijzonder goed zien. Voor de achterliggers heb ik voor vaderdag een ander lampje cadeau gekregen. Ook die gaat aan. Een benauwde anderhalve kilometer verder verlaat ik de tunnel weer, nog steeds kan ik (2 gelletjes verder) vermogen behouden. Een stukje verder bevindt zich de top en zie ik mijn medereizigers al uithijgen, ik heb ‘m gehaald zonder kapot te gaan!

Na de nodige foto’s en blikjes cola volgt de prachtige ruim 20 kilometer lange afdaling naar Bormio. Het begin is snel, later is dat niet meer mogelijk door smalle straatjes en druk verkeer in de lager gelegen bergdorpjes. Dag 2 zit erop, nu eerst een hamburger!

Videoverslag van dag 2: https://www.relive.cc/view/1076909434

Dag 3: Bormio – Torri di Fraele

De laatste dag van mijn verblijf in Bormio. Een deel van de groep blijft nog een paar dagen, maar ik ga aansluitend vakantievieren aan het Gardameer, 3 uur rijden naar het zuiden.

In de ochtend besluit ik nog één klim te doen: de klim naar Torri di Fraele, 2 torenruïnes die je al van ver kunt zien liggen. De klim is 8,5 kilometer lang en wordt ook wel de ‘kleine Stelvio’ genoemd.

Aangezien het mijn laatste dag is, mijn batterij half opgeladen is na de hamburger de avond van dag 2 en de klim waarschijnlijk is te beklimmen in 3 kwartier voer ik gelijk het tempo op. Ik probeer voortdurend een vermogen aan te houden van 270 watt+. Daarmee blijft alleen Mark nog in m’n wiel. Het eerste deel is nog vrij recht met veel grote keien (uitkijken straks in afdaling), het laatste deel is een prachtige wirwar van haarspeldbochten. Vanaf de eerste bocht zie je de torens al liggen. Het tempo blijft hoog, de snelheid vaak boven de 15 per uur. Alle haarspeldbochten nemen we via de kortst mogelijke route. Het maakt dat je sommige binnenbochten niet vol gas kunt nemen ivm losliggende steentjes en tegemoetkomend verkeer. Een bijzondere ervaring, meestal ben je blij even op adem te kunnen komen in de bochten.

We doen de klim in 38 minuten tegen ruim 13 km/u (265 watt) gemiddeld. Een absoluut record. We fietsen nog een stukje verder en komen uit bij een prachtig stuwmeer. Er is vrijwel niemand meer. Voldaan keer ik terug naar Bormio. Het lange weekend zit er op, nu eerst vakantie vieren!

Videoverslag van dag 3: https://www.relive.cc/view/1077949103